Back Archief Columns Astrid's column - Mama mag nooit ziek zijn

Astrid's column - Mama mag nooit ziek zijn

(0 stemmen, gemiddeld 0 van 5)

Het is al om bekend: moeders mogen niet ziek zijn. De meeste mensen lachen erbij als ze het zeggen, maar het is echt waar. Heb je ooit een moeder gezien die haar kroost niet van school kon ophalen vanwege een griepje? Heb je ooit een moeder tegen haar baby horen zeggen: ‘Lieffie, ik ben ziek. Verschoon je even zelf je luier?’ Nee, moeders mogen niet ziek zijn.

Ik ben dus ook nooit ziek. Er zijn dagen en weken dat ik wel snipverkouden en rillend door het huis wandel met het uiterlijk van een afkickende drugsverslaafde, maar ik weiger ziek te zijn. Ik heb immers twee kinderen om te verzorgen, een huishouden te runnen en een parttime baan. Maar zo eens in de twee jaar gaat die griep niet weg na een weekje bikkelen. Nee, dan slaat het in volle hevigheid toe en kan ik letterlijk niet meer voor of achteruit. Ik weet van mezelf dat als dat gebeurt, ik geen aardig mens meer ben.

Deze week was het weer zover. Ik had me door een drukke werkdag gesleept op een mix van pijnstillers en koffie. Het laatste uur liep ik – voor mijn gevoel bijna letterlijk – op mijn tandvlees. Na mijn werk heb ik snel de kinderen opgehaald en thuis kwam ik erachter dat ik ook nog moest koken. Ik kan me niet eens meer herinneren hoe ik dat heb gedaan, laat staan dat ik het ook nog gegeten heb. Ik snauwde tegen de kinderen, omdat ze zo druk waren. Uiteraard sloegen ze direct een slaatje uit het feit dat mama niet zoveel meer oplette. Dean stond te springen op de stoelen, Gwen rende gillend rond en ik lag kreupel op de bank. Als ik me niet zo beroerd had gevoeld had ik een rol behang gekocht om ze achter te plakken. Maar ja, als ik me niet zo beroerd had gevoeld waren ze hoogst waarschijnlijk een stuk tammer geweest.

Zodra de vader van de kinderen thuis was zocht ik mijn bedje op en kroop met twee truien aan onder het winterdekbed en een slaapzak. Terwijl ik in bed lag te verkleumen, bedacht ik me dat Gwen eigenlijk nog moest douchen, dat Dean nog hoestdrank moest krijgen en er nog een ui onder zijn bedje moest worden geschoven. Typisch een moederkwaaltje: hondsberoerd, maar nog wel alles willen regelen.

Nadat ze beneden de tanden hadden gepoetst, kwam de hele cavalerie met veel lawaai naar boven. Het gebonk op de trap zond steken door mijn hoofd en het gegiechel en gelach deed zeer aan mijn oren. Mokkend trok ik het dekbed over mijn hoofd, om direct weer een hoestbui te krijgen. Terwijl Dean voorgelezen werd en naar bed werd bracht, ging mijn slaapkamerdeur open en stak mijn kleine meid haar mooie snoet om het hoekje.
‘Mama, slaap je?!’ riep ze in een mislukte poging om zachtjes te doen. ‘Mag ik een kus?’
‘Ja, meissie,’ mompelde ik, terwijl ik weer was bekomen van mijn hoestbui.
‘Ben je ziek?’
‘Nee meis, mama is alleen niet zo lekker,’ vertelde ik haar. Ik ziek? Echt niet!
‘Oh, maar je wordt toch wel weer beter?’ Haar grote blauwe ogen keken me doordringend aan.
‘Meis, mama is niet ziek. Het gaat echt wel weer over,’ antwoordde ik chagrijniger dan de bedoeling. Ze aaide me zachtjes over mijn arm en zei: ‘Mama, je hoeft niet bang te zijn, want we zijn er allemaal. Papa is er, Gwen is er, Dean is er. Lekker slapen, hè? Dan ben je weer snel beter.’ Mijn kleine meid laat zich écht niet voor de gek houden. 

Plaats reactie