Back Archief Columns Astrid's column - Speelgoed

Astrid's column - Speelgoed

(0 stemmen, gemiddeld 0 van 5)

We staan in de speelgoedwinkel, om te kijken naar een Sinterklaascadeautje. ‘Mama, die vind ik mooi!’ roept Gwen enthousiast. ‘Die wil ik aan Sinterklaas vragen!’ ‘Ja, meis, die is leuk,’ mompel ik. Nog meer zooi, denk ik zuur.

‘Mama, die! Die wil ik!’ Gwen wijst naar een reusachtige doos met Playmobil. ‘Ik denk niet dat Sinterklaas zoveel centjes heeft, schat.’ ‘Maar die vind ik mooi!’ roept mijn kleine meid met enthousiasme voor tien.

Ik heb wat ideeën voor cadeaus opgedaan, maar beloof mezelf het niet te gek te maken. Dat vertel ik mezelf echter ieder jaar. Gwen ratelt ondertussen verder over al het moois dat ze ziet. Ik begin hoofdpijn te krijgen van dat Sinterklaasgedoe. Welke idioot heeft het eigenlijk verzonnen? Die gast mogen ze van mij opknopen.

‘Mammaaa!’ Gwen raakt net zo geïrriteerd als ik. Ik draai de buggy met Dean erin weg van het speelgoed. ‘Gelukkig hebben jullie ook helemaal géén speeltjes of zo,’ zeg ik weer tegen Gwen, terwijl we de winkel uit lopen. ‘Nee. Helemaal niet,’ hoor ik haar achter me zeggen. Ik schiet bijna in de lach. Nee, ze hebben niets om mee te spelen. Als Gwen en Dean ’s ochtends beneden komen, duurt het welgeteld vijf minuten voordat de hele vloer bezaaid ligt met speelgoed. Auto’s, blokjes, ballen, potjes, pannetjes, flesjes met dit en bakjes met dat. Dan heb ik het nog niet eens over het speelgoed dat in hun kamertjes staat – wegens plaatsgebrek – of op zolder. En dan de tuin. We hadden toch een huis met een tuin? Buiten zie ik een zandtafel, een wipkip-in-de-vorm-van-een-nijlpaard, er liggen ballen, schepjes, potjes en pannetjes, een skippybal, een fiets, een driewieler. De plastic hamburgers en broodjes ‘groeien’ tussen de planten in de border.

Maar nee, ze hebben niets om mee te spelen. Zeer regelmatig struikel ik – uiteraard altijd met mijn handen vol - over het speelgoed op de vloer. Ondanks dat er genoeg is om mee te spelen, maken ze ruzie over die ene rode bal of dat blauwe blokje. Er wordt op gestaan, mee tegen de kasten en de tafel gebonkt, balletjes verdwijnen in een onbewaakt ogenblik in de basbox. Het ligt onder de kast, de banken, de tafel, de koelkast. Zelfs de binnenkant van de kasten zijn niet meer heilig. Boekjes, stickers, stiften, potloden, klei, lijm en papier, je kunt het zo gek niet denken. En het slingert overal. Aan het eind van de dag ziet de woonkamer er uit als een oorlogszone. Probeer dan de kinderen maar eens zover te krijgen om het op te ruimen. Dean wil het soms niet snappen. Die net vol gegooide bak met blokken gaat weer genadeloos om. Probeer ze ’s avonds maar eens vlot naar bed te brengen. Bij Gwen moet ik eerst dertig knuffels aan de kant schuiven, voor ik naast haar kan liggen. Dat ze zelf nog plek heeft om te slapen, is onvoorstelbaar. Ik worstel de berg boekjes door, op zoek naar die ene die ik moet voorlezen.

Weer beneden denk ik dat we het hoofdstuk ‘speelgoed’ eindelijk kunnen sluiten, maar ik kom bedrogen uit. Dean heeft de speelgoedmand weer vrolijk leeggehaald, voordat we de tanden gingen poetsen. En aan het eind van de avond, als ik ’s avonds zelf naar bed ga krijg ik bijna een hartaanval van iets zachts dat op mijn kussen ligt. Een knuffelhond van Gwen. Ik mik het beest aan de kant en stap in bed. Ergens onder de dekens klinkt een vrolijk muziekje. Die verrekte muziekarmband van McDonald’s! 

Plaats reactie