Back Archief Columns Maaike's Column - Wachten

Maaike's Column - Wachten

(0 stemmen, gemiddeld 0 van 5)

J’ai eu une fausse couche ofwel ik heb een miskraam gehad. Nauwelijks een halve maand in Montréal en ik moest me noodgedwongen al de Franse terminologie voor miskraam eigen maken.

Maar die term parkeerde ik snel in het verleden. Niet meer van toepassing op mij. Sterker nog: ik ben zwanger, ik voel me goed. Okay, niet geheel onbevangen. Naast het dragen van een mensje in wording, tors ik immers ook de herinnering aan een miskraam met mij mee. Maar de magische grens van drie maanden is in zicht. Alle reden tot optimisme. Ik kijk uit naar mijn 12-weken-echo.

Totdat zich onverwacht bloedingen aandienen. En het zenuwslopende wachten mijn leven weer domineert. Net als bij de eerste miskraam, afwachten: wel/geen miskraam? Heen en weer geslingerd tussen hoop en wanhoop, geloof en ongeloof. Ik vrees het ergste. Toch wil je dat ene sprankje hoop niet direct overboord kieperen. Je hebt houvast nodig. Je checkt nogmaals de cijfers, die eigenlijk nog vers in je geheugen liggen van de vorige miskraam: ‘Twintig procent van de vrouwen heeft bloedingen, bij de helft daarvan blijken die bloedingen een opmaat tot een miskraam’. Kortom: bloedingen tijdens een zwangerschap zijn verre van een uitzondering. En er is een aanzienlijke kans (vijftig procent!) dat er niets aan de hand is. En krijg je nu toch niet een klein buikje…of beeld je je dat maar in? Bovendien, hoe groot is nou de kans dat je twee miskramen op rij krijgt?!

Na een paar dagen doen hevige krampen hun intrede. Déjà vu: een miskraam, weer op die pleepot hangen. De bloedingen zijn hevig. Ineens voel ik me licht in mijn hoofd, duizelig, bloedheet. Alarmnummers van huisartsen? Daar doen ze hier niet aan in Montréal. Binnen de kortste keren parkeert een ambulance voor de deur. Met gillende sirenes. Dat had Kieka (onze dochter) prachtig gevonden, denk ik nog. Ik voel me inmiddels beter. Toch luidt het advies: ‘Mee naar het ziekenhuis’. Ik zet mijn betweterige ik opzij en ga mee.

Na een surrealistisch ritje in de ambulance, is het opnieuw wachten geblazen. Wachten op een arts. Een bekend fenomeen in Québec, waar ik nu ook aan mag proeven. Drie uur later – na een eerste onderzoek van een arts – ben ik niets wijzer. Een gynaecoloog gaat mij nader onderzoeken. Ik wacht en wacht en wacht. Geen gynaecoloog te bekennen. De nacht maakt plaats voor de dag. En nog steeds kan niemand mij een indicatie geven wanneer er een gynaecoloog langskomt. Na veertien uur wachten ben ik het beu. Ik wil weg uit deze poel van misère, naar huis. Maar dat gaat niet zonder slag of stoot. Ik krijg twee opties voorgeschoteld: wachten op de gynaecoloog of behandeling weigeren. Behandeling weigeren? Ik weiger geen behandeling, ik weiger nog langer te wachten, zal je bedoelen! Ik kom graag terug voor controle. Kan ik daarvoor geen afspraak maken? Nee, dat kan niet. Dan maar tegen wil en dank tekenen dat ik behandeling weiger. Een gevoel van onrechtvaardigheid kan er ook nog wel bij....

Tijdens al dat wachten vechten allerlei emoties om voorrang. Woede op mijn lichaam dat mij in de steek laat. Ongeloof over het feit dat mij een tweede miskraam overkomt. Maar bovenal: intens verdriet. De echo die enkele dagen later volgt, toont een lege baarmoeder. Belichaming van mijn gevoel: complete leegte.

Inmiddels lichamelijk hersteld, emotioneel herstellende. Maar ook nu wacht ik nog. Het is geen allesoverheersend wachten. Maar ik wacht wel degelijk op een volgende zwangerschap: met smart en met vrees.

Plaats reactie