Back Archief Verhalen Het verhaal van Helge

Het verhaal van Helge

(0 stemmen, gemiddeld 0 van 5)

Augustus 2004. Ik ben 38 jaar. In juni 2000 heb ik mijn huidige man leren kennen. Medio 2003 is onze dochter geboren. Vanaf dat moment zat ik op een roze wolk. Fantastisch vond en vind ik het moederschap en ik geniet er elke dag van. 

Binnenkort verwachten we ons tweede kindje, en daar kijken we allebei erg naar uit, want ook mijn man heeft veel plezier in zijn vaderschap.

Mijn zwangerschappen zijn echter alles behalve een roze wolk. Ik heb last van wat ik maar betiteld heb als pre-natale depressie. Vanaf het moment dat ik hier last van kreeg, in mijn vorige zwangerschap, tot voor kort, heb ik gezocht naar informatie en/of “lotgenoten”. In tijdschriften, op Internet, via verloskundige, huisarts, bedrijfsarts, maatschappelijk werkster. Tevergeefs. Ik heb niet één artikeltje hierover boven water kunnen halen.

Toch kan ik me niet voorstellen dat ik de enige ben. Ik heb contact gezocht met de redactie van Kindje op komst en zij stelden me voor om mijn verhaal op de site te plaatsen. Mijn huidige zwangerschap loopt ten einde en misschien heb ik er zelf niet veel meer aan, maar wie weet kan ik vrouwen die met hetzelfde probleem zitten, een hart onder de riem steken en met wat tips helpen om de zwangerschap zo goed mogelijk door te komen. Daarom hierna mijn verhaal.

Dolblij waren we toen in 2002, slechts een half jaartje na ons besluit dat we een kind wilden, bleek dat ik in verwachting was. Ik had natuurlijk verschillende standaard zwangerschapskwaaltjes zoals vermoeidheid, zwangerschapsdementie en de bekende emotionele buien. Maar dat hoort er allemaal bij en ik had het er allemaal voor over, want ik verheugde me ontzettend op het aanstaande ouderschap.
Rond de achtste week van mijn zwangerschap werden mijn emotionele buien serieuzer. Steeds vaker was ik een hele dag ontzettend down. Nog even dacht ik dat dat er wel bij zou horen, want is niet bijna iedereen tijdens een zwangerschap wat labieler dan normaal? Maar vanaf de vierde maand was ik vaker down dan “up”.

Op sommige dagen voelde ik me een of twee uurtjes goed en zag ik het allemaal zonnig in. Maar het merendeel van de tijd vond ik het leven helemaal geen lolletje. Ik vond mezelf in alles tekort schieten en was van mening dat ik iedereen in mijn omgeving, zowel privé als zakelijk, altijd teleurstelde, al ontkende iedereen dat nog zo hard. Ik voelde me niet opgewassen tegen dagelijkse dingen. Als de wekker ging, vocht ik al tegen mijn tranen, want hoe moest ik hemelsnaam de dag weer doorkomen. Ik zag als een berg op tegen kleine dagelijkse dingen als een was doen, boodschappen doen, maar zelfs al douchen en aankleden, laat stáán werken! Sociale contacten: het liefst vermeed ik ze. Al die mensen die zo enthousiast met je meeleven tijdens je zwangerschap en die, heel lief, blij informeren of het allemaal nog goed gaat. Dat was echt een dagelijkse hel voor me, want ik kon zo moeilijk enthousiast doen. Toch deed ik maar of er niets aan de hand was, om twee redenen.

De eerste was dat ik degene die informeerde niet in verlegenheid wilde brengen. Dat zit er natuurlijk wel in als iemand blij vraagt hoe het is en jij roept vanuit je tenen: “Waardeloos!”. Men gaat er vanuit dat je “in blijde verwachting” bent. Bovendien kon ik als ik toegaf dat ik me ellendig voelde, mijn tranen niet meer tegenhouden en ik had ook geen zin om overal bij iedereen in huilen uit te barsten. De tweede reden was dat ik niet ondankbaar over wilde komen. Er zijn er tenslotte zoveel die graag kinderen willen en waar het niet zomaar wil lukken en dan zou ik een beetje lopen klagen over hoe ongelukkig ik me voelde!

Naarmate mijn zwangerschap vorderde, werd het moeilijker. Want niet alleen de omvang van je buik groeit, maar ook het aantal reacties dat je op een dag krijgt. Wildvreemde mensen beginnen een enthousiast gesprekje met je en ik wilde het er helemaal niet over hebben.

Deze verschijnselen, de sombere kijk op het leven, waren me overigens helemaal niet vreemd. Elke maand rond het begin van mijn menstruatie heb ik een of twee dagen dat ik me zo voel. Door de jaren heen heb ik ermee leren leven. Ik heb geleerd dat als ik dan ergens mee zit, ik een dag of twee wacht voor ik het bespreekbaar maak, want heel vaak begrijp ik twee dagen later zelf niet meer waar ik me nou toch zo druk om maakte. Het was me dus al snel duidelijk dat het een hormoonkwestie was.
Mijn verloskundige noch mijn huisarts kon me echt helpen. Zij hadden het probleem eigenlijk nooit eerder gehoord. Omdat ik zelf aangaf dat het niet vreemd voor me was, gingen ook zij ervan uit dat het met hormonen te maken had. Het enige wat ik volgens hen kon doen, was zoveel mogelijk rusten, gezond eten en extra vitaminen slikken. Vooral vitamine B-complex wat een enigszins nivellerende werking kan hebben als je erg onderhevig bent aan stemmingswisselingen. Dus dat deed ik, maar het zette niet echt zoden aan de dijk.

Zoals ik in de eerste alinea vertel, ben ik intussen een eind op weg in mijn tweede zwangerschap. En het is me deze zwangerschap niet beter vergaan dan in de eerste. Integendeel. Mijn depressies zijn nu nog erger.

In de vijfde/zesde maand van deze zwangerschap was het echt op. Een week lang probeerde ik ’s morgens naar mijn werk te gaan, maar nadat ik huilend mijn dochter bij het kinderdagverblijf had afgezet, belde ik, eveneens huilend, onze management assistente dat ik toch maar niet kwam omdat ik niet kon stoppen met huilen. Ik kon echter de stap niet nemen om me ziek te melden want ik was tenslotte “maar zwanger” en dat is geen ziekte! Na een week had ik een gesprek met mijn manager en besloten we dat ik toch maar even wat rust moest nemen. Mijn taken zouden alvast verdeeld worden over drie collega-managers, zoals dat tijdens mijn verlof zou gebeuren.

Het is uitgelopen op vijf weken thuis zitten. Ik kon niet meer normaal functioneren. De eerste drie weken heb ik ongeveer alleen maar gehuild. Er kwam echt niets uit mijn handen. Het enige wat ik deed, was ons dochtertje naar het kinderdagverblijf brengen. Op advies van de huisarts en een maatschappelijk werkster hield ik wel een ritme in mijn dag. ’s Morgens niet terug naar bed gaan. Ik ging dan maar zitten lezen of op de bank voor me uit zitten kijken. ’s Middags sliep ik een uur of twee, drie. Mijn kijk op het leven was nog somberder dan in mijn eerste zwangerschap en ik bracht de dagen grotendeels huilend door. Als de telefoon of bel ging, wachtte ik met een bonkend hart tot het weer stil werd. Ik voelde me ontzettend schuldig. Tegenover mijn man, want hij deed als hij thuis kwam uit zijn werk het huishouden en nam de zorg voor onze dochter ook nog eens op zich. Tegenover mijn dochtertje omdat ik vond dat zij een vrolijke moeder verdient. En tegenover mijn werk, want ik vond nog steeds dat ik het recht niet had om thuis te zitten aangezien ik niet ziek was.
Na een week of drie, dwong ik mezelf iedere dag íets te doen: een boodschapje, een wasje, een telefoontje plegen. De telefoon en deurbel liet ik nog steeds gaan. Vanaf de derde week had ik ook wekelijks contact met mijn manager. Na vijf weken was ik zover dat ik weer aan de gang ging. Halve dagen op arbeidstherapeutische basis en in een uitgedunde functie, want mijn taken bleven bij mijn collega-managers liggen. Zo kon ik toch nog een aantal zaken goed afronden voor mijn verlof zonder dat ik meteen weer te veel van mezelf vroeg. Als ik om een uur of een naar huis ging, zat ik er weer helemaal doorheen en meestal reed ik alweer huilend naar huis, waar ik direct naar bed ging en zo’n drie uur sliep. Daarna redde ik het net weer tot ca. 21:30 uur en hèhè, er was weer een dag voorbij.

Sinds vorige week heb ik verlof en ook nu moet ik voldoende rust blijven nemen. Dat is de enige manier om nog enigszins te kunnen functioneren. Tijdens mijn eerste zwangerschap was ik ervan overtuigd dat ik ook nog wel een postnatale depressie zou krijgen. Dat bleek echter niet het geval. Ik houd me nu dan ook erg vast aan de gedachte dat het over een paar weken, na de geboorte van ons tweede kindje, weer over is. En hoe ellendig ik me nu ook vaak voel: ik kijk erg uit naar zijn – ja, het is een jongetje - komst
 

Plaats reactie