Back Topics Bevalling De eerste weeën

Het gaat beginnen

(2 stemmen, gemiddeld 4.00 van 5)
dreamstime_xs_12487402___kopie.jpg

Wanneer je de eerste echte wee zult krijgen, is moeilijk te zeggen. Je hebt meestal eerst voorweeën die overgaan in ontsluitingsweeën. Maar hoe herken je nu die eerste echte wee? De eerste wee komt regelmatig en wordt langzaam sterker. In het begin kan dat om de 10 minuten zijn, aan het eind van de bevalling elke 3 minuten, elke 2 minuten of zelfs nog sneller na elkaar. Een echte wee heeft een duidelijk begin en een duidelijk einde. Dat is anders dan menstruatiepijn, die vaak langdurig en zeurderig kan zijn. Een wee komt en gaat als een golf. Wanneer een wee is weggeëbd, voel je meestal niets meer, totdat de volgende wee zich aankondigt. Een echte wee begint zachtjes, neemt toe, bereikt een hoogtepunt, neemt af en zakt langzaam weg.

Latente fase
Tijdens het grootste deel van je zwangerschap is je baarmoederhals (cervix) ongeveer 3 cm lang. Tevens is de baarmoedermond aan het begin van de bevalling meestal gesloten. Het kan echter zijn dat je tijdens de laatste weken van de zwangerschap al wat ontsluiting hebt. Dit is vaker het geval als je al eerder zwanger bent geweest. De weeën tijdens deze fase zorgen ervoor dat de baarmoederhals inkort, gaat ‘verstrijken’ of dunner wordt en de baarmoedermond begint te ontsluiten.
De weeën zijn nog niet erg pijnlijk en meestal hoef je je activiteiten er niet voor te onderbreken: overdag ga je zoveel mogelijk door met je dagelijkse bezigheden (tenzij je verloskundige of gynaecoloog je anders geïnstrueerd heeft) en ’s nachts probeer je verder te slapen of in ieder geval te rusten. In de loop van deze fase nemen de weeën in kracht en duur toe en gaat deze over in de...

Actieve fase
Dit is de periode vanaf 3-4 centimeter tot en met 9 centimeter ontsluiting, met steeds heviger wordende, regelmatige weeën. Als de vliezen nog niet gebroken zijn, doen ze dat meestal spontaan tijdens deze fase. Zodra dit gebeurd is, gaat het hoofdje van je baby rechtstreeks tegen de baarmoedermond drukken, wat de ontsluiting meestal versnelt.
De weeën worden tijdens deze fase gevoeliger en je moet je er helemaal op concentreren. Mits er geen contra-indicaties zijn, kun je het best datgene doen waar jij je goed bij voelt. Steeds wisselende houdingen om je weeën op te vangen, de warmte van een bad of douche en de steun en aanmoediging van de aanwezigen, helpen vaak de ontsluiting te bevorderen.

Overgangsfase
Dit is een fase tijdens de bevalling, die meestal niet als afzonderlijke fase genoemd wordt. Wij doen dit wel, omdat dit een moment is dat veel vrouwen als het moeilijkste moment van de bevalling ervaren. Het is de fase van 9 centimeter ontsluiting tot volledige ontsluiting. De weeën zijn nu zo hevig dat je vaak al wat persdrang hebt. Maar meestal mag je nog niet persen omdat de ontsluiting nog niet helemaal volledig is.

Je moet de weeën nog even proberen weg te zuchten, wat makkelijker gezegd is dan gedaan. Soms moet je in deze periode ook wat overgeven. Dit is het moment waarop je denkt, of misschien wel roept: “Ik kàn nu niet meer, het moet nu stoppen, snij mijn baby er maar uit, als er maar een eind aan komt!!!” Dit eind is gelukkig in zicht met het begin van de volgend fase: de uitdrijving.

De uitdrijving
Deze fase begint als de ontsluiting volledig is en eindigt met de geboorte van je baby. Pas als je volledige ontsluiting hebt, mag je starten met zelf aktief meepersen, ook als je voordien al persdrang voelt. Andersom kan het ook voorkomen dat je volledige hebt, maar nog geen aandrang hebt om te persen. In dit geval heeft het de voorkeur te wachten met persen tot je die persdrang wel hebt, tenzij je verloskundige of gynaecoloog anders beslist. Er zijn allerlei verschillende houdingen die je aan kunt nemen om te persen.

Bij het kiezen van de houding die voor jou het meest geschikt is, moet je één ding in je achterhoofd houden: dè ideale pershouding bestaat niet. De geschiktheid van een houding hangt af van verschillende factoren, waaronder de ligging van je baby. Ook hier geldt: kies die houding of houdingen waar jij je het prettigst bij voelt, tenzij je verloskundige of gynaecoloog je anders instrueert. Als dit je eerste bevalling is, kan je tijdens het persen het gevoel hebben dat er nauwelijks schot in de zaak zit: steeds als je denkt dat je baby wat verder naar beneden is gekomen, schiet hij weer een stukje terug. Oorzaak is dat deze baby de weg nog moet ‘vrijmaken’ en langzaamaan de weefsels oprekt.

Als je al eerder bent bevallen, verloopt de uitdrijving meestal een stuk sneller. Na een tijdje persen verschijnt er in je vagina een donkere, natte welving die bij elke wee wat groter wordt. Het is het achterhoofdje van je baby. Daarna volgen het voorhoofdje, neusje en kin. Om geboren te worden maakt hij een schroefvormige beweging. Als zijn hoofdje is geboren, draait hij iets terug zodat zijn schouders in de gemakkelijkste stand komen. Dat is de uitwendige spildraai.
De rest van zijn lichaampje volgt daarna meestal vlot. Als je baby geboren is, wordt gecontroleerd of hij of zij goed functioneert buiten de baarmoeder. Als hulpmiddel gebruikt men de Apgarscore, die 5 controlepunten bevat: ademhaling, hartslag, kleur, spierspanning en reacties. Op elk punt kan je baby maximaal 2 punten scoren; in totaal kan hij er dus maximaal 10 krijgen.

Je verloskundige of gynaecoloog voert deze controle ongemerkt uit, terwijl jij je baby vasthoudt. Na de geboorte van je baby wordt zijn navelstreng doorgeknipt. Van dit afnavelen voelen jij en je baby niets. Op de navelstreng worden 2 klemmen gezet, waartussen die wordt doorgeknipt. Jij of je partner mogen dit zelf of door een ander laten doen.

Plaats reactie