Back Topics Checklist Hielprik

Hielprikscreening

(0 stemmen, gemiddeld 0 van 5)
hielprik.jpg

In de eerste week na de geboorte van je kindje wordt wat bloed afgenomen uit de hiel. In een laboratorium wordt dit bloed onderzocht op een aantal zeldzame erfelijke ziektes. De hielprik is belangrijk. Tijdige opsporing van deze ziektes kan zeer ernstige schade aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling voorkomen of beperken. De meeste ziektes zijn niet te genezen maar wel te behandelen met bijvoorbeeld medicijnen of een dieet.

Een medewerker van de thuiszorg, de GGD of de verloskundige voert de screening uit. Deze screener komt bij je thuis voor de hielprik. Als het mogelijk is maakt de screener telefonisch een afspraak voor het bezoek. De screener prikt met een apparaatje in de hiel van je baby. Een paar bloeddruppels worden opgevangen op een speciaal kaartje: de hielprikkaart. Je kindje kan even gaan huilen.

Als de uitslag goed is, ontvangt je geen bericht. Als je binnen vier weken na de hielprik geen bericht heeft ontvangen, is de uitslag goed. Als er een afwijkende uitslag is gevonden, ontvang je bericht van uw huisarts. Soms is de hoeveelheid afgenomen bloed te weinig voor het onderzoek. Dan wordt de hielprik opnieuw uitgevoerd. Dit is een ‘herhaalde eerste hielprik’. Het kan ook gebeuren dat de uitslag niet duidelijk is; dan is een tweede hielprik nodig. Een tweede hielprik wordt meestal binnen twee weken na de eerste hielprik uitgevoerd. Over de uitslag van de tweede hielprik krijg je altijd binnen vier weken bericht. Ook als de uitslag goed is.

Het bloed van de hielprik wordt onderzocht op verschillende ziektes. Het gaat om een ziekte van de schildklier, een ziekte van de bijnier, een vorm van bloedarmoede (sikkelcelziekte), taaislijmziekte (cystic fibrosis) en een aantal stofwisselingsziektes. De meeste daarvan zijn erfelijk en komen niet vaak voor.

 

Bekijk hier de RIVM voorlichtingsfolder.

Plaats reactie