Back Topics Groei en ontwikkeling Praten

Taalontwikkeling

(3 stemmen, gemiddeld 3.33 van 5)
praten

Een kleuter is steeds beter in staat om langere zinnen te maken. Wanneer je kleuter zijn vierde verjaardag bereikt is hij in staat om de meeste klanken goed uit te spreken. Hierdoor kan hij zelfstandig met zijn familie en vrienden communiceren. Alleen de ‘s’ en de ‘r’ klank of woorden met meerdere klinkers kunnen nog moeilijk voor hem blijven.

Om ervoor te zorgen dat zijn taalontwikkeling gestimuleerd wordt, kun je onder andere met hem lezen, versjes opzeggen, zingen en spelletjes spelen. Verder kun je een vast moment uitkiezen om dagelijks met je kind in gesprek te gaan. Stel daarbij niet alleen vragen, maar vertel ook wat jezelf hebt gedaan. Daarnaast kun je spelletjes spelen die bij de leeftijd van je kind passen en hem de gelegenheid geven om met zijn leeftijdsgenootjes te spelen. Het helpt ook als je veel met je kind leest of als jullie samen een verhaal vertellen, waarbij je aan hem vraagt hoe het verhaal zou kunnen aflopen.

Soms heeft je kind niet zo veel te vertellen of hij weet niet hoe hij het moet verwoorden. Hij kan dan gaan haperen, een woord herhalen of een pauze inlassen. Er zijn ouders die dan gaan denken dat hun kind gaat stotteren, terwijl hij door zijn enthousiasme niet uit zijn woorden kan komen. Dit is bij kinderen van vier en vijf jaar heel normaal.

Tips voor het voeren van gesprekken met jonge kinderen en het leren van woorden:

1. Vertel je kind waar je mee bezig bent;
2. Geef je kind de gelegenheid om zelf te kunnen praten;
3. Probeer een reactie uit te lokken door een stilte of een opmerking;
4. Probeer regelmatig open vragen te stellen;
5. Neem je kind serieus en probeer je kind goed te begrijpen door middel van doorvragen;
6. Positief op de uitingen van je kind reageren, ook als het verkeerd is;
7. Breng een gesprek op gang door kinderen op elkaar te laten reageren;
8. Gebruik woorden uit de omgeving van je kind, bijvoorbeeld woorden uit een prentboek;
9. Maak gebruik van voorwerpen zoals plaatjes en gebaren of je kunt iets voordoen;
10. Betrek je kind zoveel mogelijk bij wat je doet en vertel erbij wat je aan het doen bent;
11. Speel (taal)spelletjes, zing liedjes en zeg rijmpjes op;
12. Een prentenboek meerdere keren voorlezen, zodat hij meer woorden en de zinconstructies onthoudt.
 

Plaats reactie