Back Topics Groei en ontwikkeling Prenataal onderzoek

Prenataal onderzoek

Dubbeltest

dubbeltestDe dubbeltest is net zoals de tripletest een bloedafname waarbij risico wordt opgespoord van het syndroom van Down. Wordt de triple test bij 14 tot 16 weken gedaan, de dubbeltest wordt reeds bij 8 weken afgenomen zodat er nog ruim tijd is om een vervolgonderzoek te doen. De dubbeltest is net als de triple test een risico-inschatting, het geeft aan of jouw kind een hoger risico dan normaal heeft op het syndroom van Down. Als uit de test komt dat je een hoger risico hebt dan 1 op 250, dan heb je recht om vervolgonderzoek te laten doen (o.a. vruchtwaterpunctie of vlokkentest).

Triple test

tripletestDe triple test is een test middels bloedafname waarmee het risico op een zwangerschap van een kindje met Down Syndroom of aandoeningen zoals een open ruggetje of een open schedeltje kan worden vastgesteld. De optimale zwangerschapsduur voor een triple test is ca. 16.0 weken. Er wordt bloed afgenomen dat vervolgens wordt onderzocht op 3 stoffen: hCG (zwangerschapshormoon), AFP (bepaald eiwit) en oestrogeen.

Echografie

echografieBij een echografie wordt gebruikgemaakt van geluidsgolven die weerkaatsen op de verschillende weefsels in het lichaam. Botweefsel zoals de schedel is goed te zien doordat het wit oplicht. Vruchtwater en andere vloeistoffen weerkaatsen het geluid niet en worden zwart weergegeven. Alle andere weefsels hebben grijstinten. Het beeld van het ongeboren kind wordt weergegeven op een beeldscherm. Het onderzoek is pijnloos en maakt de vrucht zichtbaar zonder de gevaren van röntgenstralen.

Vlokkentest

vlokkentestMet een vlokkentest kunnen al heel vroeg in de zwangerschap, tussen de achtste en twaalfde week, bepaalde afwijkingen aan de vrucht worden opgespoord. Bijvoorbeeld het Downsyndroom of een stofwisselingsziekte. Opnieuw geldt, hoewel de risico’s heel klein zijn, dat dit onderzoek alleen wordt uitgevoerd wanneer het belang van de test groter is dan het risico. Het risico op een miskraam na een vlokkentest is ongeveer één procent.

Vruchtwaterpunctie

vruchtwaterpunctieRondom 16 weken kunnen, met behulp van vruchtwateronderzoek, chromosoomafwijkingen worden opgespoord. De meest voorkomende afwijking is het Downsyndroom. Met dit onderzoek kunnen tevens kinderen met een open ruggetje worden opgespoord. Tussen de 80 en de 90 procent van alle vruchtwaterpuncties wordt uitgevoerd omdat de moeder ouder is dan 36 jaar. Het Downsyndroom komt namelijk procentueel vaker voor met het vorderen van de leeftijd. Na een vruchtwaterpunctie is er een kleine kans op een miskraam: ongeveer een half procent.