| Inbakeren
Inbakeren,
een doekje voor het bloeden - pagina 1
Het wordt vaak zo mooi voorgeschoteld: Huilbaby? Ga maar
inbakeren mevrouw!
Waar komt inbakeren vandaan?
Vanuit de vroegste oudheid werden kinderen stijf in doeken gewikkeld
omdat men dacht dat het lichaampje dan goed recht zou groeien. Daarnaast
was het gemakkelijk, je legde je baby stevig ingewikkeld neer en
had er geen omkijken meer naar. Ook oudere baby’s lagen ingewikkeld
aan de kant van het veld waar de moeder aan het werk was, zo konden
ze zich niet bewegen en dus niet wegkruipen. Inwikkelen gebeurde
dus ook uit veiligheidsredenen, kinderen konden zich niet bezeren.
Er werd niet nagedacht bij het feit dat het baby’tje in zijn
eigen urine en ontlasting lag en dat dit bij warm weer flink ging
broeien. De doeken werden in die tijd ook niet vaak verschoond en
ernstige huidirritaties waren vrij gebruikelijk.
In de Middeleeuwen werd het inbakeren ook in ons land toegepast,
omdat men toen dacht dat het beschermde tegen akelige ziekten als
de pest en om opgelopen kneuzingen tijdens de geboorte te helpen
genezen. Het inwikkelen hielp - zo dacht men - onder andere tegen
kromme benen, navelbreuk en zorgde voor een kaarsrechte houding
en stevige schouders. Als gevolg van het strakke inbakeren van de
zuigelingen trokken sommige geneesheren halverwege de 18e eeuw aan
de bel want nergens zagen ze zoveel kreupelen en gebochelden als
in ons land!
Uit onderzoek onder de Indiaanse bevolking, waar inbakeren uit
traditie werd toegepast, kwam naar voren dat kinderen daar meer
heupdysplasie ontwikkelden. Dit terwijl deze afwijking nauwelijks
voorkomt in landen waar baby's traditioneel in een draagdoek op
de heup van de moeder worden gedragen, zoals bijvoorbeeld in Afrika.
Aan het einde van de 18e eeuw raakte het inbakeren dan ook uit de
gratie bij de mensen uit de hogere standen. Gezinnen uit de arbeidersklasse
hadden deze keus niet, er moest immers gewerkt worden en inbakeren
zorgde voor de veiligheid van het kind. Op het Nederlandse platteland
bleef men tot het begin van de twintigste eeuw dit gebruik trouw.
In de jaren ’70 van de vorige eeuw werd inbakeren niet meer
toegepast. Het werd afgeraden door de consultatiebureaus vanwege
mogelijke heupproblemen, verminderde ontwikkeling van de motoriek
en om een goede hechting tussen moeder en kind te bevorderen.
In de jaren ’90 werd inbakeren echter weer meer en meer gebruikt
bij motorisch onrustige baby’s en bij huilbaby’s. Een
wijkverpleegkundige legde je de basisprincipes uit en je kon aan
de slag.
Onderzoek naar de effecten van inbakeren
Nu in 2008, is het de bedoeling dat inbakeren officieel wordt opgenomen
in de richtlijnen van het consultatiebureau. Ik vind dit een verontrustende
ontwikkeling. Er zitten zoveel haken en ogen aan, moeders moeten
met zoveel dingen rekening houden en daarbij mag het maar in een
zeer beperkte periode worden toegepast. Na de kraamtijd tot 4 maanden
en dan moet weer worden afgebouwd. Het komt mij voor dat consultatiebureaus
ouders tastbare handvatten willen bieden om het overmatige huilen
tegen te gaan.
En wat is er meer tastbaar dan wikkeldoeken?
Andere oplossingen, zoals het zoeken naar de oorzaak van het huilen
of intensieve begeleiding kosten teveel tijd of zijn simpelweg onbekend
bij de medewerkers van de consultatiebureaus. Behalve een troostkoffertje,
is inbakeren dus de enige concrete manier die wordt aangeboden.
Door de gevaren die eraan verbonden zijn moet dit wel onder goede
begeleiding gebeuren. Het consultatiebureau komt met het inbakeren
tegemoet aan ouders die de behoefte voelen om zelf actie te willen
ondernemen om het excessief huilen van hun kind te verminderen.
Al met al heel begrijpelijk, alleen ga je het huilen smoren door
je kind zo stevig in te pakken dat hij geen bewegingsruimte meer
heeft.
En voor deze ouderwetse vorm van symptoombestrijding moeten veel
van de huidige verpleegkundigen op cursus terwijl deze tijd ook
gestoken had kunnen worden in een betere begeleiding van moeder
en kind en het samen met de ouders zoeken naar de werkelijke oorzaken
en oplossingen!
|