| Mobiliteit…
Bij de meeste baby’s volgt de mobiliteitsontwikkeling het volgende patroon:
- kruipen,
- staan en dan
- lopen
Tussen de zes en twaalf maanden zijn de meeste baby’s druk met het leren omdraaien, het gaan zitten, het zich optrekken om te kunnen gaan staan en het kruipen. Uiteraard is elk kindje anders en heeft elk kindje zijn eigen tempo qua ontwikkelen. Individueel vergelijken heeft niet veel nut. Maar als we naar grootschalige statistische onderzoeken kijken kunnen we uiteraard wel trents waarnemen.
Kruipfase
De kruipfase is er als het ware voor om te zorgen voor een betere links en rechts coördinatie. Tevens wordt hiermee het evenwicht houden gestimuleerd en de wereld wordt op kruiphoogte verhoogd. Door gezellig mee te tijgeren kun je samen van alles ontdekken. Zo ziet hij allerlei nieuwe dingen en kun jij makkelijk vaststellen of er nog gevaarlijke plaatsen in je huis zijn. Denk hierbij aan tafelkleden, stopcontacten, kabels en bijvoorbeeld de etensbak van je huisdieren.
De tijd om je huis kindveilig te maken is nu echt aangebroken! Die kleine rakkers zijn watervlug. Ze vliegen de deur uit of de trap op als ze de kans krijgen. Maar misschien heb jij wel een kindje dat het liefst bij jou in de buurt is en gaat huilen als je even wegloopt. Ook dit kan en hoeft helemaal niets ernstigs te betekenen. Het is gewoon weer net een iets andere fase.
Verlatingsangst
Gebruikelijk is dat de kleine rond de achtste à negende maand last krijgt van verlatingsangst. Dit is wederom een mijlpaal in het korte leventje van de kleine. Het toont namelijk aan dat hij nu echt mama en papa van anderen kan onderscheiden. Zodra de kleintjes beseffen dat iets dat zij niet zien wel blijft bestaan zal de angst weer afnemen. Speel daarom in deze periode maar lekker kiekeboe spelletjes met de kleine. Ga je de kamer uit, blijf dan lekker tegen hem praten en steek regelmatig vrolijk je hoofd om het hoekje van de deur.
Zelfstandigheid
Tijdens de kruip-, sta- en loopfase wordt je kindje steeds zelfstandiger. Alle laatjes en kastjes gaan open en dicht. Elk lichtknopje moet even geschakeld worden! Opeens ontdekt de kleine dat hij zelf dingen kan beïnvloeden. Vanaf nu gaan ze pas echt een eigen persoonlijkheid ontwikkelen. Je kindje beseft dat hij voor steeds minder zaken afhankelijk is van jullie. Ook jouw tot nu toe mogelijk heel rustige kindje zal je laten schrikken! Hij kan zomaar opeens in “razernij” uitbarsten omdat hij iets niet mag. Spreek op rustige toon met je kindje over zijn wens. Hiermee geef je aan dat je hem begrijpt. Dit zal een opluchting voor hem zijn. Hij wordt begrepen! Maak gebruik van de korte aandachtsspanne van de kleine, leidt hem af! Zeg op enthousiaste toon: “Wat is dat nou?” Sla je hand voor je mond en wijs ergens anders naar! Zo’n afleidingmanoeuvre helpt je door deze voor je kindje nog non-verbale fase heen.
|