| De Rapley methode...
pagina 2
Hoe zit het met:
- De betrouwbare signalen?
- Het begin
- Het juiste moment (window of opportunity)

Het lijkt alsof, in plaats van vereenvoudiging, deze nieuwe informatie de zaken juist moeilijker maakt. Als baby’s pas na zes maanden toe zijn aan vast voedsel, hoe zit het dan met onze oude theorieën en praktijken?
Hoe zit het …
Met betrouwbare signalen
We denken dat we ontwikkelingssignalen hebben gebruikt als sleutel voor de introductie van vast voedsel, maar dat is niet echt zo. Tekenen zoals ’s nachts wakker worden en een langzamere groei zijn mijlpalen voor de leeftijd van 4 maanden en niet voor de introductie van vast voedsel. Deze tekenen kunnen ons dus niet helpen.
Het begin
Als we pas bij zes maanden beginnen, gaat het dan ook zo langzaam? En zo ja, hoe krijgen we dan ooit de baby aan het juiste voedsel op de leeftijd van een jaar?
Het juiste moment
Hoe zit het met deze ‘window op opportunity’, het juiste moment voor vast voedsel? Lopen we niet het risico deze te missen?
We bespreken deze drie punten in omgekeerde volgorde.
De kritieke periode om te leren
- De introductie van een specifieke prikkel op het ‘juiste moment’ zorgt ervoor dat een mijlpaal bereikt kan worden.
- Dit kritieke of gevoelige moment (voor de ontwikkeling van elke vaardigheid) is nauw gerelateerd aan ‘rijpheid’.
- Restricties in de praktijk belemmeren de ontwikkeling van vaardigheden.
Laten we eerst eens kijken naar het ‘juiste moment’.
Er zijn drie belangrijke punten over de ontwikkeling van baby’s in het algemeen. Dit zijn:
- Het juiste moment,
- De mate van ‘rijpheid’ en
- De noodzaak om te oefenen.
De theorie is dat er kritieke periodes zijn om nieuwe vaardigheden te leren. Als we niet op het juiste moment de juiste prikkels aanbieden gaat de ontwikkeling van kinderen niet vanzelf verder.
Volgens de theorie is het dus zo dat, als we hen geen kennis laten maken met kauwen op het juiste moment, zij dit niet zullen leren. We zijn erg bang om deze gelegenheid te missen als we te laat vast voedsel introduceren en baby’s dus niet leren kauwen of een lepel gebruiken.
Echter, er zijn enkele zaken die men moet weten over de wijze waarop de bovenstaande feiten onderzocht zijn. Er is hier sprake van vast voedsel als in voedsel dat gekauwd dient te worden, en de kinderen die de basis van de onderzoeksgroep vormden waren geen normale, gezonde kinderen.
Een aantal van de onderzochte kinderen werd beschreven als minder goed ontwikkeld, anderen hadden aandoeningen zoals bijvoorbeeld een slokdarmafsluiting. Het enige gezonde kind had tot de leeftijd van 2 jaar alleen maar gepureerd eten gekregen. Met andere woorden: zij was het normale proces naar introductie van vast voedsel begonnen maar had het niet afgemaakt.
Tevens was het onderzoek erop gebaseerd dat gepureerd eten vooraf moet gaan aan vast voedsel. Zou het zo kunnen zijn dat dit nu juist is waar het probleem ligt?
En tenslotte wat de onderzoekers zeiden over de introductie van vast voedsel wijst naar zes maanden en niet eerder. Om vaardigheden te krijgen moeten baby’s deze zaken oefenen. Met ‘window of opportunity’ werd het juiste moment voor de introductie van kauwbaar voedsel bedoeld en zij meenden dat dit raam rond de zes maanden pas open ging. Er is dan ook geen reden voor paniek wanneer we het zouden missen.
Het onderzoek zegt ons dus eigenlijk dat vast voedsel vlak na de leeftijd van zes maanden moet worden geïntroduceerd want:
- Baby’s van zes maanden kunnen kauwen
- Baby’s die kunnen kauwen hebben geen gepureerd voedsel nodig
Gebrek aan gelegenheid om het kauwen te oefenen kan de ontwikkeling ervan hinderen. Hoe krijgen we de baby zover dat hij met de pot mee eet als we hem niet eerder dan met zes maanden gepureerd voedsel geven?
De veronderstelling dat vast voedsel voorafgegaan moet worden door gepureerd eten is gebaseerd op het feit dat baby’s voordat zij kunnen gaan eten, eerst aan een lepel gewend moeten zijn. Dit is echter onjuist, want
- We gaan er vanuit dat het nodig is om met een lepel te kunnen eten
- We gaan er vanuit dat gepureerd eten helpt om baby’s te leren kauwen

Echter, zoals we hebben gezien, baby’s ‘leren’ geen mijlpalen, zij zijn eenvoudig weg in staat om dingen te doen. En, zoals eerder benadrukt, zij hebben de neiging om vaardigheden in een bepaalde volgorde te leren. Dit is hetzelfde voor ieder normaal kind. Normaliter zal een baby niet lopen voordat hij kan zitten, hij zegt ook geen ‘mammie’ voordat hij ‘mama’ kan zeggen. Baby’s van 6 maanden kunnen kauwen, niet omdat zij dit hebben geleerd doordat zij gepureerd eten kregen. Zij kunnen simpelweg kauwen omdat hun ontwikkeling hen daartoe in staat stelt.
Een baby die kan kauwen heeft eigenlijk helemaal geen gepureerd eten nodig: Gepureerd voedsel is ontwikkeld om ons in staat te stellen naast melk ook ander eten te geven aan onze baby die in onze ogen te jong is om al echt te kauwen. Op zich geen slecht idee, hoe zouden we er anders zeker van zijn dat hij krijgt wat hij nodig heeft. Maar... nu we weten dat hij dit niet nodig heeft, is er dan enige reden om gepureerd eten aan een baby te geven? Nee! Als hij kan kauwen is de tijd voor gepureerd eten voorbij! Gebrek aan gelegenheid om te oefenen vertraagt de ontwikkeling. Als een bepaalde ontwikkelingsfase bereikt is dan is de gelegenheid daar om een nieuwe vaardigheid te oefenen en er vervolgens goed in te worden.
Daarom kan het blijven geven van gepureerd voedsel aan een baby van zes maanden de ontwikkeling mogelijk vertragen. Wanneer dit gebeurt, zou je een peuter kunnen krijgen die alleen maar gepureerd eten accepteert. Iedereen is van zichzelf uit enigszins tegen verandering, dit komt hoofdzakelijk omdat we naar de negatieve kanten kijken.
|