De warmte van de auto verjaagt het donker en de kou. De muziek neemt mijn gedachten mee naar even terug. De blije stem van m’n broer die meld dat ik tante wordt en al snel. Maanden van hoop en vrees en gelukkig steeds meer hoop. Een week van spanning en wachten en dan de geboorte van Sem.
De koude lucht brengt me weer naar het hier en nu. In het ziekenhuis vinden we onze weg in een wirwar van gangen. De kamer is een oase van rust. We begroeten, vragen, luisteren en vertellen. En dan komt het moment.
Tien vingertjes die friemelen met iets wat er niet is. Een langgerekte geeuw, een lijfje wat zich strekt. Een hoopje tevredenheid onder een deken van rust. En ik ben verliefd. Tot over m’n oren, op het eerste gezicht.
Later pluk ik ons eigen slapend hoopje mens uit bed. Het krult zich op en een wilde haarbos kriebelt tegen me aan. Sokken, jas , sjaal en in de auto op weg naar huis. En tegen de warme achtergrond van de muziek praten we zachtjes over toen. Over ons eigen wiegje met lijfje en liefde op het eerste gezicht.
Als ze voor de tweede keer uit de warmte van haar slaap wordt gehaald is het brullen. Maar thuis, tegen papa aan, onder een warme deken komt ze tot rust. Zachtjes vertellen we over neefje Sem. En over hoe prachtig hij is.
En terwijl dochterlief voor de tweede keer naar bed gaat dwalen mijn gedachten af. Naar hoe het straks zal gaan . Als iedereen weer veilig thuis is en ons mensje kennis maakt met dit nieuwe wonder. Zal ze verbaasd zijn of bang, verlegen of ook gewoon verliefd. Tot over haar oren, op het eerste gezicht.
Wil je reageren op mijn column? Laat dan een reactie achter in mijn gastenboek.