| Anticonceptie
Het is een veel voorkomende denkfout van vrouwen dat ze tijdens het geven van borstvoeding altijd onvruchtbaar zijn en zodoende geen anticonceptie hoeven te gebruiken. Borstvoeding beschermt uitsluitend gedurende de eerste 4 maanden tegen zwangerschap als er niet wordt afgekolfd, geen hapjes tussendoor aan de baby worden gegeven en er na de kraamperiode geen bloedverlies is. Niet doen dus, je zou niet de eerste zijn die binnen zeer aanzienlijke tijd weer zwanger wordt. Wanneer je net bevallen bent moet je er wellicht nog niet aan denken maar er komt een moment waarop je wel weer zin hebt om te vrijen. Voordien is het verstandig om na te denken over de verschillende vormen van anticonceptie. Er zijn vele vormen van anticonceptie. Maar hoe maak je nou je keuze en waarop let je bij het maken van die keuze. Zo kun je voor een zeer betrouwbare vorm kiezen of voor een vorm die je voor een langere tijd veilig stelt. Wellicht heb je zelfs baat bij een definitieve vorm van anticonceptie. Hieronder vind je de meest gangbare anticonceptievormen.
Barrièremiddelen
Deze verhinderen dat de zaadcellen de baarmoedermond kunnen bereiken. Het voordeel van deze middelen is dat ze de normale natuurlijke cyclus niet verstoren. Het belangrijkste nadeel is dat het gebruik storend kan zijn tijdens het vrijen.
Condoom
Het meest gebruikte en oudste middel om een zwangerschap tegen te gaan is het condoom, verkrijgbaar in allerlei kleuren, modellen en vormen. De kwaliteit van de huidige condooms is doorgaans goed zodat scheuring niet vaak meer voorkomt. Een nadeel van het gebruik van condooms kan irritatie zijn ten gevolge van een rubberallergie alhoewel er ook latexvrije condooms beschikbaar zijn, die voorzien zijn van een glijmiddel. Sommige condooms zijn tevens voorzien van een zaaddodende stof. Gebruik nooit twee condooms over elkaar!
Vrouwencondoom
Het vrouwencondoom bestaat uit kunststof, voorzien van twee soepele ringen van rubber. De kleinste ring wordt diep in de schede voor de baarmoedermond ingebracht, de grootste ring komt aan de buitenkant van de vulva te liggen. De betrouwbaarheid kan net als bij het mannencondoom worden verhoogd door vooraf een zaaddodend preparaat in de schede in te brengen.
Pessarium
Het pessarium occlusivum, ook wel diafragma genoemd, kan door de vrouw zelf worden ingebracht. Het is een gesloten ring van rubber of siliconen, die gemakkelijk buigzaam en soepel is en voorafgaand aan de geslachtsgemeenschap diep in de schede dient te worden ingebracht, nadat het diafragma eerst aan de kant van de baarmoederhals voorzien is van een zaaddodend middel. Het pessarium dient éénmaal te worden aangemeten door een deskundige. Indien je voor je zwangerschap een pessarium hebt gebruikt dan dien je na de bevalling opnieuw een pessarium te laten aanmeten.
De Femcap
De Femcap is een siliconenkapje, dat op de baarmoedermond wordt geplaatst. In combinatie met een spermicide (zaaddodend) middel is de betrouwbaarheid vergelijkbaar met de betrouwbaarheid van het pessarium. De Femcap kan maximaal 24 uur (langer dan het pessarium) blijven zitten. Aanmeten is niet nodig. Er zijn 3 standaardmaten: small (diameter 22 mm) voor vrouwen die nog niet zwanger zijn geweest, medium (diameter 26 mm) voor vrouwen die wel zwanger zijn geweest maar geen bevalling hebben gehad langs natuurlijke weg (dus na miskraam, abortus of keizersnede) en large (diameter 30 mm) voor vrouwen die langs de normale weg een of meerdere kinderen hebben gekregen. De Femcap is sinds maart 2004 in Nederland en België beschikbaar.
Hormonale anticonceptie
Hormonale anticonceptie is het beïnvloeden van de normale productie van eicellen bij de vrouw en zaadcellen bij de man. Bij de man is dit nog steeds in de onderzoeksfase. Bij de vrouw is de pil niet meer weg te denken sinds de introductie in het begin der zestiger jaren. Deze vrouwelijke vorm is de laatste 50 jaar steeds verder verfijnd. De laatste jaren vooral de wijze van toediening van de hormonen. Hierdoor is er een scala aan mogelijkheden gekomen voor iedere vrouw om een bij haar passende toedieningsvorm te kiezen, die maximale bescherming tegen zwangerschap biedt. Alhoewel sommige vormen van hormonale anticonceptie zelfs nog betrouwbaarder zijn dan sterilisatie is het ontstaan van zwangerschap nooit voor 100% uit te sluiten.
Tijdens borstvoeding
Van de hormonale middelen kunnen tijdens borstvoeding uitsluitend zgn. progestageen-alleen preparaten worden gebruikt, aangezien oestrogenen invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van de baby. In aanmerking komen de minipil Cerazette, de prikpil Depoprovera, het intra-uteriene systeem Mirena en het Implanonstaafje. De Mirena kan op zijn vroegst 6 weken na de bevalling worden ingebracht; de overige middelen kunnen gebruikt worden vanaf 3 weken na de bevalling.
De pil
In 1960 werd in de Verenigde Staten de eerste anticonceptiepil geïntroduceerd: de Enavid.
'De pil' bestaat uit een oestrogeen en een progestageen component. Progestagenen zorgen ervoor dat er geen zwangerschap optreedt en oestrogenen zijn toegevoegd om een 'normaal bloedingspatroon te krijgen, lijkend op een gewone cyclus. De pil heeft naast het voorkómen van zwangerschap nog een aantal bijkomende voordelen maar ook nadelen. De voordelen wegen echter ruimschoots op tegen de eventuele nadelen en de pil kan dan ook gezien worden als een van de meest betrouwbare vormen van anticonceptie. Wanneer je begint met de pil kun je gedurende een korte tijd - uiteenlopend van enkele weken tot enkele maanden - in meer of mindere mate last hebben van misselijkheid, gespannen aanvoelende borsten, lichte tussentijdse bloedingen: 'spotting' genaamd en libidoverlies (minder zin in seks). Houden deze klachten langer aan dan kan het kiezen van een pil met een andere samenstelling de klachten vaak doen verdwijnen. Blijven de klachten desondanks toch aanwezig, dan is het raadzaam een andere vorm van anticonceptie te kiezen. Het betrouwbaarheidspercentage is 99,5%.
NuvaRing
De anticonceptiering, genaamd NuvaRing, is ontwikkeld om niet meer dagelijks de pil te hoeven in te nemen. Vooral voor diegenen, die wel eens een pil vergeten, is de anticonceptiering een betrouwbaar alternatief. Bovendien is de hoeveelheid hormonen lager dan bij de gewone pil zonder dat dit invloed heeft op de betrouwbaarheid. Net als bij de gewone pil is er een 3 weken - 1 stopweek regime. In de stopweek treedt een onttrekkingsbloeding op. Iedere ring kan dus drie weken blijven zitten en daarna eruit gehaald worden voor de stopweek van maximaal 7 dagen. Om niet te vergeten de ring er na 3 weken uit te halen worden bij iedere verpakking stickers voor in de agenda of op de kalender meegeleverd. Ook wordt via sms en/of email informatie gegeven. Het betrouwbaarheidspercentage is 99,6%.
Anticonceptiepleister
De anticonceptiepleister, genaamd EVRA, is sinds september 2003 ook in Nederland en België verkrijgbaar. In de Verenigde Staten werd de anticonceptiepleister medio 2002 al geïntroduceerd. De anticonceptiepleister is ontwikkeld om niet meer dagelijks de pil te hoeven in te nemen. Vooral voor diegenen, die wel eens een pil vergeten, kan de anticonceptiepleister een alternatief zijn. Het is een combinatiepreparaat. Wekelijks moet een nieuwe pleister worden geplakt en na 3 weken is er een stopweek. Omdat veel bad/douche produkten crème-achtige substanties bevatten dient de anticonceptiepeister vóór het baden/douchen te worden opgeplakt. De hoeveelheid hormonen die in de bloedbaan wordt opgenomen is vergelijkbaar met de hoeveelheid hormonen bij de pillen die 20 µg ethinylestradiol bevatten. De pleister kan op een schoon, droog, intact en gezond stukje huid van billen, buik, romp of bovenarm worden geplakt. De pleister is bestand tegen aanraking met water. Douchen, baden, zwemmen en sauna hebben geen invloed op de werking of hormoonafgifte. Het betrouwbaarheidspercentage is 99,4%.
Implanon
Implanon is een staafje met een lengte van 4 cm en een doorsnede van 2mm: vergelijkbaar met de grootte van een lucifer. Implanon wordt vlak onder de huid ingebracht in de linker of rechter bovenarm. Als op het moment van inbrengen de pil nog wordt gebruikt of er nog een spiraaltje in de baarmoeder zit maakt het niet uit op welk moment in de cyclus het staafje wordt ingebracht. Wordt geen betrouwbare anticonceptie gebruikt dan dient het staafje tijdens de menstruatie te worden ingebracht om er zeker van te zijn dat er op het moment van het inbrengen van het staafje al geen bevruchting heeft plaatsgevonden. Als het Implanonstaafje volgens de instructie op de juiste wijze en op het juiste tijdstip in de cyclus is ingebracht is het een uiterst betrouwbaar middel om zwangerschap te voorkomen (100%). De eerste vraag die gesteld moet worden bij zwangerschap is: zit het staafje wel in de arm? Het blijkt dat bij de zwangerschappen, die gemeld zijn bij Implanongebruik het staafje niet terug te vinden was of te zijn ingebracht nadat fertilisatie had plaatsgevonden. De werking berust vooral op het onderdrukken van de eisprong. Na 3 jaar kan de afgifte van voldoende hormoon om de ovulatie te blijven voorkomen niet meer worden gegarandeerd en dient het staafje te worden vervangen. Groot voordeel van de methode is dat er altijd bescherming is tegen zwangerschap.
Mirena
De Mirena is een intra-uterien systeem dat dagelijks ca. 20 µg levonorgestrel afgeeft: voldoende voor een betrouwbare anticonceptie. Tijdens de eerste maanden na het inbrengen van het systeem kunnen onregelmatige en soms wat langerdurende bloedingen optreden, doorgaans in de vorm van 'spotting'(= steeds kleine hoeveelheden bloedverlies). Mirena is geschikt voor vrouwen, die een langdurige vorm van betrouwbare anticonceptie wensen en bovendien niet graag iedere dag een pil slikken. Ook voor vrouwen die het moeilijk vinden te stoppen met roken is de Mirena een redelijk alternatief. De betrouwbaarheid is vergelijkbaar met de betrouwbaarheid van sterilisatie (99,8%). Mirena is in Nederland ook geregistreerd voor de behandeling van menorragieën (overmatige bloedingen) en dysmenorroe (pijnlijke menstruaties). Op deze laatste indicatie kan vaak hysterectomie (het operatief verwijderen van de baarmoeder) worden voorkómen.
Intra-uteriene middelen – Spiraal
Door het inbrengen van een “spiraaltje” wordt het ontstaan van zwangerschap voorkómen. De naam spiraaltje is afgeleid van een van de eerste intra-uteriene voorbehoedmiddelen: de Margulies coil, gemaakt van plastic, dat de vorm had van een spiraal. Alhoewel de vorm van de intra-uteriene voorbehoedmiddelen geenszins meer lijkt op een spiraal wordt deze naam nog steeds gebruikt voor alle intra-uteriene middelen. Aan het plastic is koper toegevoegd waardoor de anticonceptieve werking wordt verbeterd. Koper zorgt voor de anticonceptieve werking van een spiraaltje. De belangrijkste werking van het koper is de werking op de zaadcel: het koper verandert de zaadcel zodanig, dat deze niet meer in staat is een rijpe eicel te bevruchten. Wordt een spiraaltje ingebracht binnen 5 dagen na een mogelijke bevruchting als morning after spiraal dan verhindert het koper, dat een embryo zich in de baarmoeder kan innestelen door veranderingen van het baarmoederslijmvlies. Bij gebruik van koperspiraaltjes blijft de normale maandelijkse cyclus behouden. Er is een normale eisprong en de hormonale regulering van de cyclus verandert niet. De maandelijkse hoeveelheid bloedverlies neemt iets toe tot 40 à 50 ml per cyclus. De normale hoeveelheid bloedverlies tijdens de menstruatie zonder gebruik van het spiraaltje en zonder pilgebruik bedraagt 30 à 40 ml. Bij gebruik van het spiraaltje is ook de duur van de maandelijkse bloeding iets verlengd. Bedraagt deze doorgaans 4-6 dagen, bij een spiraaltje duurt de maandelijkse bloeding één tot twee dagen langer, vooral door een “aanloop” van één of twee dagen, voordat de menstruatie echt begint.
Spiraaltjes werden in het verleden verantwoordelijk geacht voor het ontstaan van ontstekingen aan baarmoeder, eileiders en eierstokken, met als gevolg een negatieve invloed op de latere vruchtbaarheid. Gedegen onderzoek heeft echter aangetoond dat bij gebruik van het spiraaltje de kans op het ontstaan van ontstekingen niet verhoogd is, gerekend vanaf 3 weken na inbrengen van het spiraal. Gedurende de eerste drie weken na inbrengen is er wèl een licht verhoogde kans op het ontstaan van een ontsteking. Door zorgvuldige selectie van de gebruikster en door een zorgvuldige en correcte inbrengprocedure is deze kans echter tot nagenoeg nul terug te brengen. Voordat een spiraaltje wordt ingebracht dient met zekerheid te worden vastgesteld of er op het moment van inbrengen geen ontsteking bestaat. Dit kan door een simpel onderzoek.
Het beste moment om een spiraaltje in te brengen is tijdens de tweede of derde dag van de menstruatie. De binnenste baarmoedermond staat dan nog een beetje open. Ook is er dan zeker geen sprake van een zwangerschap. Bovendien is de meestal lichte bloeding, die tijdens het inbrengen ontstaat dan niet extra hinderlijk. Koperspiraaltjes kunnen tenminste 5 jaar blijven zitten.
Een spiraaltje kan vanaf 6 weken na de bevalling worden ingebracht.
Definitieve anticonceptie
Sterilisatie is wereldwijd de meest toegepaste methode van definitieve anticonceptie. Als het besluit om zich te laten steriliseren is genomen moet men zich realiseren dat in beginsel de sterilisatie definitief is en er een situatie van blijvende onvruchtbaarheid is ontstaan. Hersteloperaties zijn echter mogelijk, behalve na sterilisatie via de Ovabloc of Essure methode. De kans op daaropvolgende vruchtbaarheid bij de vrouw is dan aanzienlijk groter dan bij de man. Bij de man worden na de sterilisatie nogal eens antistoffen gemaakt tegen de eigen zaadcellen, waardoor de kans op vruchtbaarheid sterk afneemt. Zowel bij de vrouw als bij de man kan na sterilisatie spontaan herstel van de doorgankelijkheid van eileiders of zaadstreng optreden. De kans op het ontstaan van zwangerschap na een correct uitgevoerde sterilisatie bij de vrouw is ongeveer 1 %.
Sterilisatie bij de man
Bij de man vindt sterilisatie plaats door het dubbelzijdig onderbinden van de zaadleider. Deze ingreep vindt poliklinisch plaats onder plaatselijke verdoving. Na de ingreep zijn een tiental ejaculaties nodig om de nog aanwezige zaadcellen in de afvoerwegen te doen verdwijnen. Nadien zal bij controle van het ejaculaat zelden nog een beweeglijke zaadcel worden gevonden.
Sterilisatie bij de vrouw
De sterilisatie bij de vrouw wordt doorgaans uitgevoerd door het afsluiten van de eileiders, waardoor de zaadcellen niet meer in staat zijn de eicel te bereiken. Dank zij de ontwikkeling van de laparoscopie (kijkoperatie) is sterilisatie een betrekkelijk eenvoudige ingreep geworden, die als regel in dagbehandeling wordt uitgevoerd. De ingreep kan plaatsvinden onder algehele of plaatselijke verdoving. Meestal zal gekozen worden voor algehele verdoving, aangezien het voor het uitvoeren van de ingreep noodzakelijk is koolzuurgas of lachgas in de buik te brengen, hetgeen een onaangenaam benauwd gevoel veroorzaakt door druk op het middenrif. Sterilsatie kan ook poliklinisch plaatsvinden middels een hysteroscoop. Op deze manier worden de eileiders afgesloten door het inbrengen van siliconenvloeistof (de Ovabloc methode) of een veertje met nitinol en polyester vezeltjes (de Essure methode).
Tot slot
Met uitzondering van de barrièremiddelen beschermt geen enkele methode tegen SOA’s. Gebruik daarom behalve het anticonceptiemiddel van keuze bij wisselende contacten ook steeds een condoom.
Mocht je n.a.v. bovenstaande informatie toch nog vragen hebben, bezoek dan eens de website van Stichting Anticonceptie Nederland. Deze stichting houdt zich o.a. bezig met wetenschappelijk onderzoek op het gebied van anticonceptie, het actualiseren van de kennis en het geven van voorlichting en adviezen over anticonceptie.
Colofon:
De gebruikte informatie en een deel van deze teksten zijn met toestemming overgenomen van de folder en de website van de Stichting Anticonceptie Nederland.
|