Back Topics Na de geboorte Complicaties Hartafwijking

Hartafwijking

(3 stemmen, gemiddeld 4.33 van 5)
Hartafwijking

In Nederland worden ongeveer 1200-1600 kinderen geboren met een aangeboren hartafwijking. Dit is 10% van alle aangeboren afwijkingen bij de kinderen. Ongeveer de helft van deze kinderen krijgen gelijk na de geboorte of in de eerste weken na de geboorte ernstige klachten. Vaak moet er medische hulp aan te pas komen.

Meestal ontstaat een hartafwijking al vroeg voor de 12e week van de zwangerschap. De oorzaken hiervan zijn voor een groot gedeelte moeilijk te achterhalen, maar vaak spelen de erfelijke factoren, infecties in de zwangerschap, de gezondheid van de moeder tijdens de zwangerschap en de omgevingsfactoren een rol. Bij sommige andere aangeboren afwijkingen komen hartwijkingen vaker voor dan gemiddeld. Maar liefst 50% van de kinderen met het syndroom van Down heeft ook een hartafwijking. Kinderen met een hartafwijking kunnen verschillende symptomen hebben. Je kind kan een blauwe kleur krijgen, voornamelijk bij de slijmvliezen, rond de mond, de lippen, de wangen en de tong. Dit komt doordat het bloed soms te weinig zuurstof heeft. Kinderen met een hartafwijking ademen vaak sneller (meer dan zestig keer per minuut) dan kinderen die geen hartafwijking hebben. 

De longen proberen namelijk door sneller adem te halen meer bloed per minuut van zuurstof te voorzien. Sommige kinderen met een hartafwijking hebben moeite met drinken, omdat ze het te vermoeiend vinden. Daarnaast groeien ze niet hard genoeg, zweten ze snel (ook als ze rustig liggen te slapen) en hebben ze last van benauwdheid. Daarnaast hoor je vaak bij een hartafwijking een ruis wanneer je met een stethoscoop naar het hart van je kind luistert. Het is een zacht blazend geluid in de hartstreek, maar als je het de ruis hoort betekent het niet altijd dat je kind een hartafwijking heeft. Er zijn ook mensen die een ruis hebben, maar gewoon gezond zijn. Deze ruis wordt ook wel een muzikaal geruis genoemd.

Er zijn verschillende soorten aangeboren hartafwijkingen:
- Afwijkingen van de bloedvaten, waardoor de bloedsomloop belemmerd wordt.
- Hartklepafwijkingen, waardoor de bloedstroom verstoord wordt of lekkage plaatsvindt. Daarnaast kan een hartklep helemaal ontbreken.
- Een verkeerde verbinding tussen de grote slagaders en het hart of tussen de grote aders en het hart.
- Stoornissen in de tweedeling van het hart aan de linker- en de rechterkant, waardoor het bloed van de rechterkant naar de linkerkant kan stromen zonder de longen te passeren. Bovendien kan het bloed van de linkerkant naar de rechterkant stromen, zonder dat het bloed door de rest van het lichaam gaat.

De meest voorkomende hartafwijkingen zijn:

  • Ventrikel Septum Defect (VSD, 28% van de hartafwijkingen)

Bij een VSD zit er een opening in het tussenschot tussen de beide hartkamers. Je kind kan hierdoor veel of weinig klachten krijgen, afhankelijk van de grootte van de opening. Over het algemeen geven kleine openingen geen klachten. Kinderen met een grote opening tussen beide hartkamers kunnen last hebben van een snelle ademhaling, transpireren en moeite hebben met drinken. Vaak hebben deze kinderen luchtweginfecties en groeien ze slecht. Tussen de 20% en de 40% van de kleinere openingen sluiten ze vanzelf, maar bij een grote opening moet een operatieve sluiting plaatsvinden.

  • Atrium-septum defect (ASD, 10% van de hartafwijkingen)

Bij een ASD zit er een opening in het schot tussen de beide boezems van het hart. Over het algemeen hebben kinderen met een opening in het schot tussen de boezems hebben geen klachten, maar bij de wat oudere kinderen kan deze afwijking een verhoogde vatbaarheid voor luchtweginfecties en vermoeidheid bij inspanning geven. Als de hartafwijking niet wordt verholpen, dan nemen de klachten tussen het 20e en 40e levensjaar toe. Het hart en de longen zijn dan in een slechte conditie. De meeste kleine openingen sluiten voor de leeftijd van 18 maanden vanzelf en ook 40% van de wat grotere openingen zullen voor het 4e levensjaar vanzelf sluiten. Grotere openingen sluiten over het algemeen niet vanzelf en zullen operatief gesloten moeten worden.

  • Open ductus Botalli (10% van de hartafwijkingen)

Voordat je kind geboren wordt, is er een verbinding tussen de grote lichaamsslagader (aorta) en de longslagader. Deze verbinding wordt ductus Botalli genoemd. Over het algemeen sluit de verbinding binnen een paar uren tot een paar dagen na de geboorte vanzelf. Soms gebeurt dit niet, waardoor er problemen ontstaan. Ze krijgen dan last van luchtweginfecties en groeien slecht. Daarom moet de ductus Botalli gesloten worden. Meestal sluiten ze de ductus Botalli, wanneer het kind één of twee jaar is.

Pulmonalisstenose (10% van de hartafwijkingen)
Bij een Pulmonalisstenose is er een verdikking of vergroeiing van de klep in de slagader die van de rechter hartkamer naar de longen loopt. Een kleine vernauwing geeft geen klachten. Bij een ernstige vernauwing krijg je vermoeidheidsklachten. Dit kan via een hartkatheterisatie behandeld worden.

  • Tetralogie van Fallot (10% van de hartafwijkingen)

Bij een tetralogie van Fallot vindt vier verschillende afwijkingen op hetzelfde moment plaats: een VSD, een pulmonalisstenose, verdikking van de spierwand van de rechter kamer en het te ver naar voren staan van de grote lichaamsslagader. De klachten van de afwijking is afhankelijk van de klachten van de pulmonalisstenose. Wanneer je kind aan de afwijkingen wordt geopereerd, is afhankelijk van de klachten die je kind heeft.
 

Plaats reactie