Back Topics Ovulatie en cyclus Bevruchting

Bevruchting

(48 stemmen, gemiddeld 3.46 van 5)
bevruchting

Wanneer een man ejaculeert komen er ongeveer 20 miljoen spermatozoa vrij, maar toch is er slechts één zaadcel nodig om in een succesvolle bevruchting te resulteren. In de periode tussen de conceptie en de daadwerkelijke ejaculatie “reizen” de miljoenen zaadcellen door de vrouwelijke geslachtorganen.

Deze fungeren als een soort filter en er zullen slechts een paar honderd cellen daadwerkelijk in de buurt van het eitje komen.

Van deze cellen zal er één de gelukkige zijn die het membraam van het eitje werkelijk binnendringt. Uiteraard is dit geen zinloos iets, maar een onderdeel van het zeer ingewikkelde proces waarin het hormonale evenwicht, de geslachtsorganen en het uithoudingsvermogen van de bewuste zaadcellen betrokken zijn.

Omdat een eitje binnen enkele uren na de uitstoting bevrucht dient te worden door de “Graafse follikel” heeft moeder natuur voorzien in het mechanise dat zorgdraagt voor een gegarandeerde continue stroom van zaadcellen via de baarmoederhals naar de eileiders, waarbij slechts enkele cellen op het moment suprème het eitje bereiken.

De ideale bevruchtingstijd voor een eitje is 6 tot 8 uur. Een eitje blijft weliswaar 24 uur in leven maar de kans op succes neemt af naar mate de tijd verstrijkt. Een zaadcel kan in de eileiders of baarmoeder wel tot 72 uur in leven blijven. Dit houdt dus in dat de bevruchting niet succesvol zal zijn als deze langer dan 24 uur na de eisprong plaats vindt. Positief punt hieraan is dat als de bevruchting “te vroeg” plaatsvindt je maximaal 3 dagen respijt hebt.

Tijdens het grootste deel van je menstruatiecyclus is je cervixslijm taai en dik. Het cervixslijm vormt een zo goed als ondoordringbare barrière tegen micro-organismen, inclusief zaadcellen. Normaal gesproken zullen zaadcellen die op een verkeerd tijdstip in de vagina belanden deze barrière niet weten te slechten. Tijdens de dagen voorafgaand aan je ovulatie wordt het cervixslijm dunner, gladder en doorzichtiger, en worden de moleculen in het cervixslijm anders gerangschikt zodat het sperma wordt aangemoedigd om in één richting door de baarmoederhals te “zwemmen”. Dit in plaats van doelloos rond te zwemmen.

Door deze veranderingen kunnen normale, actieve zaadcellen gewoon passeren terwijl voor onregelmatige cellen de doorgang verhinderd wordt. Eerst komen de zaadcellen in de baarmoederhals en ze worden tegengehouden door het slijmvlies. Uiteindelijk zullen verscheidene zaadcellen er toch in slagen een doorgang te creeëren in de slijmprop en zich door het slijmvlies bewegen. Al deze zaadcellen zwemmen voorwaarts de baarmoeder binnen. Te trage zaadcellen blijven achter in de vagina en sterven.

De zaadcellen zijn ongveer 30 minuten in de weer om de 10 cm lange reis door de baarmoederhals te maken. Hun aantal is dan inmiddels ook al met vele miljoene geslonken. Overigens voert de reis hen naar beide eileiders, hoewel de daadwerkelijke bevruchting slechts in één van de eileiders geschiedt. Tijdens de vruchtbare periode van de vrouw vormt zich een soort “filter” in de ingang van de eileider. Hierdoor komen slechts enkele cellen per keer naar binnen. Slecht een klein gedeelte van de cellen zal het gedeelte waar de bevruchting plaatsvindt (de Ampulla) bereiken.
De eileider helpt, door middel van door de hormonale veranderingen veroorzaakte samentrekkingen, de resterenden cellen tijdens het vervolg van hun reis.

Al stroomopwaarts zwemmend dienen de cellen het eitje te bereiken. Binnen vijf tot tien minuten dienen zij in de eileider te kunnen doordringen. Capacitatie, één van de belangrijkste redenen voor de vertraging waarmee de zaadcellen het rijpe ei bereiken, is een fascinerend en nog steeds raadselachtig proces.

Pas nadat de cel de capacitatie heeft ondergaan, kan deze zich een weg banen door de enzymen, die de bescherming vormen voor een wolkachtige formatie van cellen rondom het pas vrijgekomen ei. Pas als een zaadcel enige uren buiten de mannelijke geslachtsorganen “leeft” beschikt deze over de juiste substantie om de enzymen te verteren. De snelste zaadcellen zullen dan ook niet in het inwendige van het eitje terecht komen.

De theorie is dat tijdens de capacitatie het acrosoom, een klein laagje, van de kop van de zaadcel verwijderd wordt. Vervolgens kan de acrosoomreactie optreden waarbij de opening in het buitenste laagje van het ei omhulsel gemaakt wordt.

Het binnendringen van de eicel
Slechts een krappe honderd cellen bereiken de directe omgeving van het eitje. Deze omringen het ovum en proberen erin door te dringen. Zij richten zich als eerste op cumulus ophorus zij gebruiken hierbij hun acrosomen. De chemische stoffen die hierbij vrijkomen stellen de zaadcel in staat zich een doorgang te banen en de zona pellucida te bereiken. Het is nog altijd een mysterie hoe dit buitenste taaie membraan van de eicel doorboord wordt. Door een zeer nauwe opening in het membraam, dit om beschadigingen te voorkomen, verschaft de cel zich toegang tot het tere binnenste.
Op het moment dat de eerste cel binnen gedrongen is en zich aan het vlies rondom de eicel heeft gehecht gebeurt er iets unieks, een zeer complex werkend mechanisme treedt in werking. Het kopje van de zaadcel verdwijnt letterlijk in de eicel. Vervolgens verandert de structuur van de vliezen rondom de eicel. Deze wordt ondoordringbaar. Hierdoor is het gevolg van verre weg de meeste bevruchtingen één enkel kindje. In slecht een klein percentage slagen meerdere cellen erin om binnen te dringen en is men zwanger van een meerling.

Wat vaker voorkomt zijn meerdere eicellen in de eileider die gelijktijdig bevrucht worden. Deze creëren een niet identieke meerling. Na het binnendringen begint het proces van de celdeling. 46 chromosomen beginnen zich te delen...

De helft hiervan vormt de zogeheten vrouwelijke pronucleus, na verloop van twaalf uur versmelten deze met de chromosomen in de zaadcel, de mannelijke pronucleus. Deze vormen één enkele celkern met 46 chromosomen, deze celkern is het begin van het celdelingsproces dat maandenlang door zal gaan totdat uiteindelijk het nieuwe menselijke lichaam gevormd is. Deze celkern deelt zich 24 uur later, waarna de beide celkernen met ieder 46 chromosomen zich opnieuw delen tot vier celkernen. Ondertussen wordt het bevruchte ei door de eileider getransporteerd naar de baarmoeder. Hier zal het zich uiteindelijk in de baarmoederwand nestelen.

Innestelling van een bevruchte eicel
Het vermogen tot eiwitsynthese begint na drie tot vier dagen na de bevruchting. De genen van het embryo te beginnen te functioneren. Op ongeveer de vierde dag komt de differentiatie op gang. Dit is een proces dat voor de innestelling in de baarmoeder zorgt. Tijdens de differentiatie, een nog altijd mysterieuze ontwikkeling van embryo tot volgroeide foetus, deelt de enkele eicel zich tot cellen. Deze cellen vormen vervolgens alle gecompliceerde weefsels van het lichaam: de botten, inwendige organen, hersenen, zintuigen, voortplantingsorganen enzovoorts.
De reis door de eileider naar de baarmoeder mag niet te snel gaan. Omstreeks de ovulatie is de baarmoeder uitermate geschikt om zaadcellen in leven te houden echter dient zich een verandering te voltrekken om de levensvatbaarheid van het eitje te vergroten. Progesteron bereidt de baarmoeder voor op de innesteling. Dit is één van de redenen dat de verplaatsing van eileider naar de baarmoeder geleidelijk gebeurt. Tijdens het transport, dat verzorgt wordt door de trilhaartjes die zich aan de binnenzijde van de eileider bevinden, gaat de celdeling uiteraard gewoon door.

Tegen de tijd dat het eitje de baarmoeder binnengaat is er reeds een honderdcellig organisme gevormd. Dit noemen we een blastocyste. Nu begint ook de erfelijkheid een rol te spelen. In geval van een ernstige chromosomale afwijking zal het eitje dit stadium niet overleven en omstreeks het moment van innestelen komen te overlijden. Nu is het moment daar dat het embryo zich nestelt in het bovenste deel van de baarmoeder aan het baarmoederslijmvlies (endometrium).

De bloedvaten voor de aanvoer van de benodigde voeding worden hier gevormd. Tot nu toe bleef het embryo in leven door voedingsstoffen die het onttrok aan het eiwit dat zich rondom de eicel bevond. Vanaf nu gaat de placenta de voeding regelen. Vleesbomen, gezwellen en/of andere afwijkingen in de baarmoederholte kunnen de innesteling bemoeilijken of zelfs voorkomen.

Het tijdstip van innestelling is van “levensbelang”. De “reistijd” van eileider naar baarmoeder luistert dusdanig nauw dat littekens in de eileider, emotionele spanningen of insnoeringen al voor ontwikkelingsstoornissen en/of het niet innestelen kunnen zorgen.

Als dit alles geslaagd is gaat het embryo een zekerdere toekomst tegemoet. U bent zwanger.

 

Plaats reactie