Back Topics Vlinderverhalen Het verhaal van Romey Danique

Het verhaal van Romey Danique

(1 stem, gemiddeld 5.00 van 5)

Op 15 januari 2001 is ze geboren, Romey Danique. Ze was ongeveer 15 centimeter en woog 142 gram.

Ze had hele kleine blonde haartjes en haar gezichtje leek sprekend op dat van haar papa. Haar handjes waren smal en haar vingertjes smal en lang, net als die van haar mama. Romey heeft ongeveer 10 minuten geleefd en is toen ingeslapen.

Op 13 september 2000 deed ik een zwangerschapstest. Ik was enkele dagen overtijd en wist eigenlijk al zeker dat ik zwanger was omdat ik gewoon nooit te laat was met mijn menstruatie. De test was positief en wij waren door het dolle heen. Wij zijn meteen naar de huisarts gegaan en hebben ons alvast een beetje laten voorlichten. Ik baalde nog dat er in de eerste drie maanden niets gedaan werd. Moest ik nog dik twee maanden door voordat ik pas echt bezig kon zijn met mijn zwangerschap!

Een week na de test kwam de 1e bloeding. De huisarts constateerde dat mijn baarmoedermond openstond en dat er dus een miskraam had plaatsgevonden. Huilend ging ik naar huis. Ik voelde me verslagen. Ik wilde zwanger zijn en mijn lichaam stootte mijn vruchtje zomaar af! Het was een rare gewaarwording dat mijn lichaam iets deed wat ik niet wilde. Toen 3 weken later het bloeden nog niet was gestopt ben ik weer naar de huisarts gegaan. Hij heeft voor diezelfde week een afspraak voor mij gemaakt bij het ziekenhuis voor een curettage. Dit was op 18 oktober 2000. Eerst werd er een echo gemaakt. Aangezien ik geen volle blaas had (had ik het maar geweten!) werd er een tweede echo gemaakt. Met een lege blaas kunnen ze vaak niets zien omdat de baarmoeder dan lager ligt. Bij deze tweede, inwendige echo had de gynaecologe wel heel goed nieuws voor ons. Ik was nog steeds zwanger! Aan de bloedstolsels die zij op de echo kon zien, constateerde zij dat ik in beginsel zwanger was geweest van een tweeling en dat tijdens de miskraam een vruchtje was weggevallen, maar dat het tweede vruchtje was blijven zitten en nu dus "al" 9 weken oud was. Dat scheelde weer, vond ik, dan hoefde ik nog maar 3 weken totdat ik door de 'gevarenzone' heen was. Ik begon me ook echt zwanger te voelen, al was dat gevoel na de miskraam nooit echt weggegaan, wat ik al zo raar vond. Ik was misselijk (en niet alleen 's ochtends), doodmoe en lusteloos. Ik had bijna nergens zin in, maar dat vond ik allemaal niet erg. Het bloeden was inmiddels ook gestopt, dat leek mij een goed teken. Ik dacht, 'nu zijn alle stolsels eruit dus kan deze baby nu gaan groeien'. Tot aan de 16e week ging ook alles prima. Mijn buik groeide, ik was misselijk, kortom, echt zwanger! Toen kwam de 16e week en daarmee de 2e bloeding. Het gebeurde op mijn werk. Ik ben naar huis gegaan en heb daar de verloskundige gebeld. Zij kwam en kon met de dopetoner gelukkig het hartje nog horen. Ze stuurde me voor de zekerheid door naar het ziekenhuis. Tijdens de echo die daar gemaakt werd bleek dat er een bloedprop in mijn baarmoeder zat ter grootte van het hoofdje van de baby. De baby zelf leefde nog en bewoog heftig. Dat was dan ook het enige goede nieuws. Vanaf toen ben ik elke week naar het ziekenhuis gegaan voor controle. De bloedprop wilde maar niet slinken en het bloeden wilde maar niet stoppen. Tot overmaat van ramp begon ik ook vruchtwater te verliezen en leek het alsof de groei van mijn baby'tje nagenoeg stil stond. Aan het einde van de 21e week kwam ik voor de zoveelste keer in het ziekenhuis. Toen besloot men om een AD-echo te laten maken. Dit is een uitgebreide echo met de modernste apparatuur. Hiermee hoopten ze te kunnen zien waar de bloedprop nu precies zat en of het de bloedtoevoer naar de baby toe, belemmerde. Deze echo zou op 18 januari 2001 plaatsvinden. Maar op 18 januari 2001 zouden wij heel iets anders moeten doen…

Op 15 januari 2001 braken 's ochtendsvroeg mijn vliezen. Ik wist niet zeker of dit nu het laatste beetje vruchtwater was of dat mijn vliezen waren gebroken dus ik ben na mijn werk naar het ziekenhuis gegaan. Daar werd geconstateerd dat de vliezen gebroken waren. De arts zei dat dit nog niets hoefde te betekenen omdat er vrouwen zijn geweest die met gebroken vliezen de zwangerschap nog af konden maken. Maar eigenlijk zei ze dat pas nadat ik gesmeekt heb of ze mij alsjeblieft ook eens goed nieuws kon geven. Ze vertelde dat als mijn baby de 26e week zou halen, ik opgenomen zou worden en plat moest. Tevens zouden mijn vriend en ik een gesprek krijgen met een kinderarts die ons zou vertellen wat dit allemaal voor gevolgen zou kunnen hebben voor de baby als het zich moest ontwikkelen in een baarmoeder zonder vruchtwater. De vooruitzichten waren niet best. 's Avonds rond een uur of half 7 begon mijn buik een beetje pijn te doen. Ik ben toch nog in slaap gevallen op de bank. Na half 9 werd het erger en om 9 uur heb ik het ziekenhuis gebeld. De zuster stond erop dat ik langskwam en dus belde ik mijn vriend, die van zijn werk in Doorn moest komen, dat ik naar het ziekenhuis ging omdat ik weeën had. Hij is in anderhalf uur van Doorn naar Groningen gekomen. Mijn schoonmoeder en haar man hebben mij naar het ziekenhuis gebracht en zijn bij mij gebleven totdat mijn vriend kwam. In het ziekenhuis aangekomen werden de buikkrampen meteen erger en moest ik overgeven. Daarna werd ik naar de verloskamer gebracht. Toen ik eenmaal lag en de zuster me met een kruik ingestopt had werden de krampen weer minder. Heel even hoopte ik nog dat het allemaal vals alarm was en dat ik weer naar huis kon om daar in elk geval tot de 26e week te blijven. Maar toen mijn vriend om kwart voor 11 kwam en hij goed en wel op de stoel zat, kwamen de weeën weer. Heviger en sneller op elkaar volgend.

De gynaecologe had ons verteld dat ons baby'tje heel klein maar ook heel gaaf ter wereld zou komen. Het kon zijn dat ze nog leefde, maar als dat zo was dan zou dat hooguit nog anderhalf uur duren en dan zou ze inslapen. Niets had mij echter voorbereid op de gevoelens die er zouden komen. Om 23:16 uur is ons kleine meisje geboren. Het eerste dat ik van haar zag was haar linkervoetje, zo klein! En ik was verliefd…De gynaecologe zei "ze leeft nog!". Ze heeft meteen de navelstreng doorgeknipt want deze was nog te kort om haar zo op mijn buik te leggen. Ik vroeg aan mijn vriend of het echt een meisje was. Hij knikte alleen maar zo beduusd was hij. Ik vroeg aan hem wat er was en het enige wat hij zei was "ze is zó klein". Toen gaf de gynaecologe haar aan ons. Ik ben iets rechtop gaan zitten en heb haar vastgehouden. Ze was zo compleet. Kleine haartjes, nageltjes en het allerkleinste tongetje dat ik ooit gezien heb. Zelfs haar huig kon ik zien toen ik haar mondje opendeed! En ze leefde nog. Al met al heeft Romey 10 minuten buiten mijn baarmoeder geleefd en toen is ze ingeslapen. Dat was heel duidelijk te zien. Net na de bevalling was ze nog heel beweeglijk en warm. Langzaamaan werd dat minder. In het ziekenhuis stond er een fotocamera klaar die wij mochten gebruiken. Dat rolletje hebben wij volgeschoten. De zuster heeft een afdruk van haar handjes gemaakt. De hele tijd hebben wij alleen maar gekeken naar haar, haar vastgehouden, kusjes gegeven, tegen haar gepraat. De hele bevalling was een roes. Eigenlijk was de hele avond een roes. Ik heb nooit stilgestaan bij het feit dat mijn baby'tje zou overlijden. Het was een feit en daar viel niets aan te veranderen, maar op de een of andere manier is het geen moment in me opgekomen. Ik wist wel zeker dat Romey levend ter wereld zou komen. Ik wist dat ik mijn baby'tje nog levend zou zien en dat was genoeg voor mij op dat moment. Ongeveer drie uur na de bevalling vroeg de zuster of wij in het ziekenhuis zouden blijven of dat wij naar huis gingen. Ik keek naar Romey en zei dat wij zouden blijven. Ik was in de veronderstelling dat Romey in het ziekenhuis zou moeten blijven en waar zij was daar was ik ook! Toen zei de zuster dat Romey gewoon mee naar huis mocht als wij dat wilden. Ik stond meteen naast het bed, heb me gedoucht en wij zijn naar huis gegaan. Ik heb me nog nooit zo blij en verdrietig tegelijk gevoeld. Iedere vader wil graag met zijn pasgeboren kindje in een maxi-cosi, door de hal van het ziekenhuis gaan zodat iedereen hem of haar kan zien. Mijn vriend duwde de rolstoel waar ik in zat en ik had Romey vast. Ze lag in een quilt en ik moest haar van de zuster daar helemaal instoppen. Het was half 3 's nachts en er liep geen mens door de hal…

Op dat moment hadden we het niet in de gaten maar later, als je over alles nog eens nadenkt, konden wij wel door de grond. Wij zijn ook trots op ons meisje, net als elke andere ouder, en wij moesten haar wegstoppen! Romey is nog twee dagen thuis geweest en op 18 januari 2001 hebben wij haar om 10:00 uur 's ochtends begraven. Ze is in een rieten mandje begraven en mijn vriend heeft haar in haar grafje gelegd. Ze ligt aan de rand van het kerkhof en als de zon schijnt, het maakt niet uit hoe zij staat, Romey ligt altijd in de zon. Als wij voor haar grafje staan dan ligt achter haar alleen maar weiland.

Onbeschrijflijk mooi
Onbeschrijflijk klein
Onbeschrijflijk kort
Mocht jij maar bij ons zijn...
 

Plaats reactie